Radiotherapie (bestraling)

Radiotherapie is een behandelingsvorm die gebruik maakt van straling. Het uitgangspunt van radiotherapie is dat het DNA van tumorcellen beschadigt door de bestraling. Gezonde, normale cellen herstellen hierna weer snel, maar tumorcellen niet. Door vaker te bestralen, sterft de tumorcel uiteindelijk af. De radiotherapeut-oncoloog bepaalt waar er precies bestraald moet worden.

In het thymusteam van het Maastricht UMC wordt altijd in het team afgestemd of het in uw situatie zinvol is om radiotherapie te ondergaan. Dit team bestaat uit de radiotherapeut-oncoloog, de chirurg, de longarts, de patholoog en de radioloog. Vervolgens leggen wij de keuzes aan u uit. U kunt dan alle vragen bij ons kwijt en wij stemmen samen met u het beste plan af.

radiotherapie bij thymomen en thymuscarcinomen

Na een operatie kan het soms nodig zijn om te bestralen. Ook kan het zijn dat uw tumor niet geopereerd kan worden, en dan kan voor radiotherapie als lokale behandeling gekozen worden.

Er zijn dus verschillende redenen waarom radiotherapie door de arts met u wordt besproken. Voorbeelden zijn:
  1. De tumor is bij de operatie volledig verwijderd, maar het gaat om een agressiever type tumor en/of de tumor was ingegroeid in omliggende organen (bv. long of hartzakje). Door preventief radiotherapie na de operatie te geven, neemt de kans af dat de tumor kan terugkomen in de jaren na de operatie. Er bestaat namelijk altijd een kleine kans dat er minuscule tumorcellen achtergebleven zijn (die niet met het blote oog of de microscoop zichtbaar waren).
  2. De tumor is bij de operatie (mogelijk) niet helemaal verwijderd volgens de chirurg of de patholoog. Soms is het voor de operatie al duidelijk dat de tumor niet helemaal verwijderd kan worden, dit wordt dan al voor de operatie met u besproken.
  3. De tumor is niet te opereren. Er wordt dan gekeken naar andere behandelingen, zoals radiotherapie, chemotherapie of een combinatie van chemo- en radiotherapie.

Mogelijke bijwerkingen radiotherapie

Een bestralingsbehandeling kan bijwerkingen geven. De bijwerkingen kunnen verschillend zijn en hangen voornamelijk af van het gebied dat bestraald wordt en de bestralingsdosis op de normale omliggende weefsels. De korte termijn bijwerkingen ontstaan meestal vanaf de 2de of 3de week van de bestraling, en kunnen tot enkele weken na de bestraling aanhouden. Enkele voorbeelden zijn vermoeidheid, een rode, gevoelige of droge huid op de borst, hoesten of kortademigheid. De lange termijn bijwerkingen zijn veel zeldzamer en kunnen maanden tot jaren na de bestraling ontstaan. Ze zijn meestal blijvend van aard. Zo kan er bv. door verlittekening van een klein deel van de longen kortademigheid of chronische hoest ontstaan. Hartklachten zijn eerder zeldzaam.

Verschil fotonen-bestraling en protonen-bestraling

Fotonenstraling is een elektrisch opgewekte straling die het apparaat omvormt tot hoogenergetische röntgenstraling die bestaat uit pakketjes energie zonder massa. Dit zijn de fotonen. Deze fotonen gaan doorheen de huid het lichaam binnen en worden op de tumor gericht.

Protonentherapie is een vorm van radiotherapie waarbij gebruik wordt gemaakt van protonen in plaats van röntgenstraling. Protonen zijn heel kleine kerndeeltjes die straling afgeven. Protonen kunnen heel gericht hun energie afgeven in de tumor, waardoor omliggend gezond weefsel soms beter gespaard blijft. Dit kan de kans op bijwerkingen verminderen en de kwaliteit van leven na de behandeling verbeteren.

In Nederland zijn er 3 bestralingsklinieken die protonenbestraling: Maastricht (Maastro), Delft (HollandPTC) en Groningen (UMCG). 

Prof. dr. de Ruysscher, radiotherapeut-oncoloog
Dr. Peeters, radiotherapeut-oncoloog

Vaak gestelde vragen

Bestraling bij de behandeling van thymustumoren is een van de aandachtspunten van ons expertisecentrum. Hieronder ziet u de meest gestelde vragen. Alle vragen kunt u stellen aan een van onze radiotherapeut-oncologen.

Wie komt in aanmerking voor protonentherapie?

Niet iedere patiënt kan behandeld worden met protonentherapie. Vaak gaat het om tumoren die dicht bij belangrijke organen of gevoelige weefsels liggen. Om te weten of iemand in aanmerking komt voor protonen maken we eerst een planningsvergelijking: we berekenen zowel een behandelplan met gewone bestraling (fotonen) als een plan met protonen. Zo zien we of protonentherapie bij u echt minder risico’s en bijwerkingen oplevert. Alleen als dat voordeel aantoonbaar is, kunt u bestraald worden met protonentherapie. Belangrijk om te weten is dat uw zorgverzekering de protonentherapie alleen vergoedt als de planningsvergelijking laat zien dat protonenbestraling voor u de beste behandeling is.

Hoe gaat het in zijn werk als er radiotherapie nodig is?

Onze longarts bespreekt na de operatie de uitslagen met u door. Als er uit het teamoverleg is gekomen dat u een reden voor bestraling kan hebben, wordt dit met u besproken. Vervolgens zal u een uitnodiging krijgen voor een intakegesprek met de radiotherapeut van Maastro. Tijdens het intakegesprek worden alle details van de bestraling uitgelegd. Er wordt bijvoorbeeld besproken hoeveel bestralingen u nodig heeft, welke voor- en nadelen (bijwerkingen) u mogelijk kunt ondervinden, welke type bestraling u gaat krijgen etc. Indien u de bestraling krijgt na de operatie, vinden wij het belangrijk om het te bestralen gebied goed af te stemmen met onze chirurg om het zo nauwkeuring mogelijk te bepalen.

Kan ik radiotherapie weigeren?

U mag ten alle tijden een voorgestelde behandeling afwijzen. Wij gaan daar wel graag met u over in gesprek zodat u goed weet wat uw beslissing betekent.

Is radiotherapie gevaarlijk?

Na de behandeling blijft de straling niet in het lichaam achter. U wordt dus niet radioactief en vormt geen gevaar voor anderen, ook niet voor kinderen of zwangere mensen. www. maastro.nl